maandag 10 september 2012

Welke partij doet het meest voor de visserij?

DEN HAAG – Woensdag 12 september gaat Nederland vervroegd naar de stembus voor nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Wat hebben de partijen in hun verkiezingsprogramma voor de visserij in petto?

Door visserijnieuws.nl

VVD noemt – als één van de weinige partijen - de visserij niet concreet. De paragraaf ‘Natuur en milieu’ heeft wel raakvlakken. Daarin staat: ,,Een duurzaam natuurbeleid is voor de VVD vooral een realistisch en haalbaar natuurbeleid. Door de diverse Europese en Nederlandse natuurwetten en beschermingsregimes is er een woud aan regels ontstaan. Hier wordt met regelmaat misbruik van gemaakt om economische ontwikkeling tegen te houden. Nederland is doorgeschoten bij de omzetting van het Europese Natura2000-beleid naar nationale regelgeving.’’
In het verlengde daarvan is voor het bedrijfsleven te lezen: ,,De VVD geeft ondernemers de ruimte. Zij moeten minder tijd kwijt zijn aan hun contacten met de overheid. De regering mag Europese richtlijnen niet strikter implementeren dan wordt voorgeschreven.’’


De PvdA noemt visserij onder het kopje ‘Dierenwelzijn’ en wil in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties en de detailhandel Nederland internationaal koploper maken op het terrein van dierenwelzijn en dierenbescherming. ,,Dit gaan we doen: De PvdA is voor duurzame visserij. Overbevissing brengt steeds meer vissoorten op de rand van uitsterven. Strengere en intensievere controle op de naleving van de bestaande visserijregels is noodzakelijk. Voor vissoorten waar het erg slecht mee gaat, zoals de paling, wordt het vangstverbod uitgebreid. Er moet worden gewerkt aan omscholing en alternatieve werkgelegenheid voor de beroepsgroep. Bestaande visserij zal gestimuleerd worden te innoveren en over te stappen naar duurzame en gecertificeerde visserij. Sportvisserij is en blijft een populaire manier om vrije tijd in de natuur door te brengen. Alle vissers hebben baat bij een gevarieerd ecosysteem. Stroperij kan de natuurlijke balans van het ecosysteem verstoren en moet daarom worden aangepakt.’’
En over de economie: ,,We moeten ons niet richten op windhandel, maar op versterking van de reële economie. ‘Made in Holland’ moet op veel meer producten en innovaties komen te staan. Innovaties komen van mensen, bedrijven, de wetenschap, niet uit de ministeries. Maar de overheid kan er wel voor zorgen dat ondernemers uitstekend opgeleide werknemers kunnen krijgen, dat de publieke voorzieningen op orde zijn en de infrastructuur goed functioneert. De rol van de overheid in het economisch beleid is dus cruciaal wat betreft de economische structuur.’’
• Onze ongezonde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als olie en kolen is veel te groot. Dat is niet alleen slecht voor het klimaat, maar maakt ons ook te gevoelig voor schommelingen in de olieprijs. Subsidies en belastingvoordelen op vervuilende brandstoffen worden geleidelijk afgeschaft.
• We moeten de natuur in betere staat overdragen aan volgende generaties, dan we hem aantroffen. Daarom zullen we natuurschade altijd compenseren als we ingrepen moeten doen ten behoeve van de economie. Nederland kent veel natte natuur. En daar liggen veel kansen.
• Het voorzorgprincipe is leidend om voedselveiligheid te garanderen.
• Biologisch en ecologisch verantwoorde experimenten in zoute groente- en zeevisteelt worden ondersteund.
• Wij willen de toename van biologische landbouw en duurzame visserij blijven bevorderen.


Kort, maar krachtig. De paragraaf ‘Onze kwaliteit van leven’ eindigt met: ,,En vooral: Bescherming van onze vissers tegen bizarre EU-regelgeving. Ruim baan voor Urk, Volendam, Yerseke en Scheveningen!’’
Windmolens hebben een raakvlak met de visserij. Daarover merkt de PVV op: ,, Het is vaker gezegd: windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie. De Partij voor de Vrijheid zegt: stop met die nutteloze linkse hobby.’’


Het CDA prijst de visserij en stelt: ,,De visserijsector heeft grote stappen voorwaarts gezet door de inzet van nieuwe vistechnieken en via keurmerken voor duurzame vis. In internationaal verband moet een gelijk speelveld gelden voor de eisen aan vloot en visvangst. Duurzaam beheer van visbestanden moet uitgangspunt zijn in het Europese visserijbeleid.’’
• Ondernemers verdienen respect voor datgene wat zij doen voor ons land. Speciale aandacht moet er zijn voor het MKB. Zij zijn de motor van onze economie.
• Het familiebedrijf dat zowel de bezittingen als de waarden door wil geven aan de volgende generatie past bij onze ambitie voor een duurzame economie.
• Ondernemers die investeren in duurzaamheid verdienen ruimte.
• Voor sterke gezins- en familiebedrijven is het belangrijk dat de productie binnen de EU zoveel mogelijk aan dezelfde wettelijke voorwaarden behoeft te voldoen.
• Als beschermde dieren door de grote populatie schadelijk worden, moet bestrijding mogelijk zijn.


,,Voor de beroepssector schrijven we methoden voor voor het vangen en kweken van vis, die het lijden van vissen zo veel mogelijk voorkomen’’, meldt de Socialistische Partij in het kader van dierenbescherming. Visserij wordt in één adem genoemd met zeereservaten: ,,In de Noordzee maken we beschermde natuurgebieden, om natuurherstel en herstel van de visstand te bevorderen. Overbevissing gaan we voorkomen en duurzame visserij stimuleren.’’
• Er worden geen visserijakkoorden meer gesloten die schadelijk zijn voor de natuur en bevolking van ontwikkelingslanden.
• Windmolens op zee zijn een belangrijke duurzame energiebron; daarom moet daar – in samenwerking met de andere Noordzeelanden – zwaarder op worden ingezet.
• Controle op en bestraffing van illegale lozingen op zee en het mengen van scheepsbrandstoffen met chemisch afval krijgt een hogere prioriteit. Samen met schippers, scheepsbouwers, havens en marktpartijen zetten we ons in voor een schone scheepvaart.
• De Waddenzee zal volledig beschermd blijven.


D66 benadrukt de kansen van een groene duurzame economie. De kweker van duurzame vis wordt daarin genoemd als voorbeeld van nieuwe bedrijvigheid met nieuwe banen.
,,D66 ziet met lede ogen aan dat de zeeën en oceanen in hoog tempo hun natuurlijke rijkdom verliezen door overbevissing en onduurzame visserijmethodes. Dit is dramatisch voor de natuur, maar ook voor vissers. D66 wil een duurzame visserijsector, met strenge quota, gebaseerd op wetenschappelijke kennis over de hoeveelheid vis die kan worden gevangen zonder soorten te bedreigen en met duurzame vismethoden. Dit vereist een veel duurzamer Europees visserijbeleid, met meer lange termijn duurzaam beheer en meer co-management door overheid, vissers, NGO’s en wetenschappers. D66 wil dezelfde doelen en principes hanteren voor afspraken over visserij buiten Europese wateren.’’
• In, met en buiten Europa wordt gezorgd voor bescherming van natuur op zee. Onder andere door het opzetten en beschermen van zeereservaten. D66 wil dat Nederland hiervoor de leiding neemt. Nederland moet zelf met spoed bescherming van de Doggersbank (het Nederlandse deel), de Klaverbank en het Friese Front als zeereservaat realiseren.
• Duurzaam gecertificeerde producten als MSC-vis of van gelijkwaardige certificeringsinstanties moeten de norm worden. Daarnaast wil D66 het grootschalig aanbieden van kweekvis stimuleren.
• De zeescheepvaart dient een bijdrage te leveren aan de reductie van CO2-emissies.
• We vergroten de mogelijkheden voor belastingaftrek voor investeringen in energiebesparingen en milieu-investeringen via zogenaamde EIA/VAMIL regelingen.
• Vrijstellingen van energiebelasting en rode diesel afbouwen.


Wat GroenLinks betreft komt visserij samen met onder andere natuur, milieu en energie in een nieuw departement onder een minister van Duurzaamheid en Ruimte.
• Voor beroepsvissers en viskwekers worden methoden voorgeschreven waarbij vissen niet of nauwelijks lijden.
• De overheid geeft meer voorlichting over schadelijke milieueffecten van het eten van vis.
• Voor vlees en vis gaat het hoge btw-tarief gelden.
• Nederland ijvert voor een ingrijpende herziening van het EU-beleid, waarbij duurzame en diervriendelijke landbouw en visserij krachtig worden bevorderd.
• Nederland draagt bij aan voldoende zeereservaten in de Noordzee, zodat de visstand zich kan herstellen.
• Nederland bepleit de invoering van het ‘nee tenzij’-principe in het Europese visserijbeleid: commerciële vangst wordt alleen nog toegestaan als het ecosysteem gezond is en uitsluitend de natuurlijke aanwas aan vis wordt weggevangen. De visserij op de Waddenzee en het IJsselmeer wordt alleen toegestaan binnen ecologische grenzen.
• Door betere visserijmethoden wordt bijvangst zoveel mogelijk voorkomen. Eventuele bijvangst wordt aan wal verwerkt.
Raakvlakken hebben:
• Grondstoffen en energie worden schaarser en duurder. Olieprijzen blijven stijgen. Duurzaam eten en windmolens hebben de toekomst.
• Het belastingstelsel wordt radicaal vergroend: milieuvervuiling wordt duurder en arbeid goedkoper.
• Bestaande milieubelastingen op verpakkingen, energie, afvalstoffen en brandstoffen worden substantieel verhoogd. De opbrengsten worden gedeeltelijk gebruikt om de belasting op arbeid te verlagen en om te investeren in groene innovatie.
• Er komt een spoedwet voor wind op zee, gericht op 10.000 megawatt Noordzeestroom in 2020. Geplande investeringen worden naar voren gehaald.
• Open verbindingen tussen rivieren en de Noordzee worden hersteld zodat trekvissen hun achterland kunnen bereiken.


De ChristenUnie stelt hart voor boeren en vissers te hebben en geeft ook veel aandacht aan de visserij in het verkiezingsprogramma, waarin letterlijk ruimte voor boeren en vissers wordt bepleit. ,,Het zijn hardwerkende ondernemers die zorgen voor de productie van gezond en goed voedsel. Het gaat hierbij om sectoren die naar hun aard een nauwe relatie met de schepping hebben. Een spannende relatie en soms ook een spanningsvolle relatie. De ChristenUnie biedt ruimte aan boeren en vissers en zet daarbij in op een sterke, duurzame en innovatieve land- en tuinbouw en visserij.’’
,,De ChristenUnie gaat voor een goede toekomst voor zowel de Noordzeevisserij als de binnenvisserij. Tegelijk zijn we bezorgd over de druk op onze eeuwenoude visserij en de dalende visstanden. Lichtpunt is dat de bestanden van de voor Nederland belangrijke commerciële vissoorten tong, schol, kabeljauw, haring, makreel en garnalen een positieve trend vertonen. Het is een bewijs dat goed beheer positief kan bijdragen aan de visstand.
Verduurzaming moet plaatsvinden in internationale context. Het (Europese) visserijbeleid dient gericht te zijn op het scheppen van stabiele randvoorwaarden en volop in te zetten op een gelijk speelveld als het gaat om handhaving. De Nederlandse werkwijze kan hiervoor als voorbeeld dienen. De eigen verantwoordelijkheid en kennis van de beroepsgroep dient een belangrijke rol in de inrichting van het Europese visserijbeleid te vervullen. En op dit punt schiet dat visserijbeleid ernstig tekort, met meer dan 1.000 Brusselse geboden en verboden.
De ChristenUnie kiest voor:
• Een duurzame vloot. Het Masterplan Duurzame Visserij (MDV) is binnen vijf jaar gerealiseerd, met steun vanuit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij. De kottervloot vaart dan duurzaam en rendabel en heeft een goede marktpositie in Nederland, vanwege goede samenwerking in de visserijketen en een positieve onderscheiding van de wildgevangen Noordzeevis op de Europese markt.
• Binnen vier jaar zijn alle schepen MSC-gecertificeerd. De overheid ondersteunt indien nodig bij certificering.
• Een goede verhouding tussen visserij en natuur. Meerjarige beheerplannen worden opgesteld voor een duurzame exploitatie van de zee. Visserijsector en wetenschap werken samen in bestandsopnamen en het opstellen van beheerplannen.
• Minder (Europese) regels. Bij visquota wordt meer rekening gehouden met soorten die vaak samen worden gevangen (geassocieerde bestanden) en er wordt meer verantwoordelijkheid gelegd bij de regionale beheergroepen. De administratieve lasten van Natura 2000 wetgeving voor vissers moeten omlaag door onder meer het schrappen van de omgekeerde bewijslast voor ondernemers, waardoor met name voor de IJsselmeervisserij grote knelpunten zijn ontstaan. Visserijwetgeving en de provinciale kaders van de Natuurbeschermingswet dienen te worden geharmoniseerd.
• Minder bijvangsten, geen aanlandplicht. De visserij dient gericht te zijn op het terugdringen van de bijvangsten. Bijvangst is echter nooit helemaal te voorkomen. Een aanlandplicht werkt onnodig kostenverhogend. Daarom moet maximaal worden ingezet op verbetering van vistechnieken en preventie.
• Nederland blijft zich sterk maken voor internationale samenwerking op het gebied van visserijbeheer, bescherming van traditionele visgebieden van ontwikkelingslanden, een verbod op walvisvangst en een algeheel verbod op het gebruik van drijfnetten.
• Sluiten van visgebieden niet gewenst. Bij de planning van windmolenparken op zee moet rekening gehouden worden met de belangen van de vissers.
• Duurzame vistuigen. De pulsvisserij lijkt een goed alternatief voor de traditionele bodemvisserij. Doorontwikkeling en onderzoek naar de effecten zijn nodig, maar vaststaat dat deze methodiek goed scoort door selectiviteit, minder bodemcontact en lager brandstofverbruik. Deze visserijmethodiek dient in Europa zo snel mogelijk te worden vrijgegeven voor algemeen gebruik als alternatief voor de boomkorvisserij.


De SGP heeft veel waardering voor de inzet in de visserij en belooft zich in te blijven zetten voor een vitale sector. ,,Het gaat tenslotte om onze voedselvoorziening. Verdienen, samenwerken en innoveren zijn de kernelementen die maatschappelijke verantwoordelijkheid en economische weerbaarheid in elkaar kunnen vlechten. De SGP kiest daarbij voor een constructieve opstelling. Geen duimschroeven, maar gezamenlijk de hand aan de ploeg! Steun voor gezinsbedrijven. Zoeken naar toegevoegde waarde. Ruimte voor samenwerking en krachtig innovatiebeleid. De SGP wil hier extra geld voor uittrekken.’’
• Nederland moet in de regelgeving een gelijk speelveld tussen Europese lidstaten nastreven.
• Papieren rompslomp en regeldruk moeten teruggedrongen worden.
• Mededingingsregels kunnen en moeten versoepeld worden. Boeren, tuinders en vissers dienen meer ruimte te krijgen voor uitwisseling van markt- en prijsinformatie. Dat geldt ook voor afspraken gericht op het doorberekenen van prijsverhogingen door investeringen in dierenwelzijn en milieu.
• De SGP blijft zich verzetten tegen de onredelijke aanpak van landbouw- en visserijactiviteiten in en om Natura 2000-gebieden. Beleid en wetgeving moeten versoepeld worden, bijvoorbeeld door het verschuiven van bewijslast van ondernemers naar overheden en bezwaarmakers.
,,De visserijsector zit in een transitieproces. De mosselvisserij heeft helaas haar neus gestoten aan Natura 2000, maar heeft een uitweg gevonden. De Noordzeevisserij heeft te kampen met hoge brandstofkosten, beperkende quota en concurrerende kweekvis. Ook wordt zij op de huid gezeten door milieuorganisaties. Innoveren is het toverwoord. Dat moet zich niet alleen richten op de vangstmethode, maar ook op de marketing. Daarvoor zijn tijd en steun onontbeerlijk. Ook de beroepsmatige binnenvisserij beleeft moeilijke tijden. De belangen van deze ondernemers verdienen meer aandacht. De SGP zal zich in blijven zetten voor een vitale visserijsector.’’
• Europese regels, o.a. over aanlandingen, pk’s van kotters en palingvisserij, moeten in héél Europa identiek worden toegepast en daadwerkelijk worden gehandhaafd.
• Ongewenste bijvangsten moeten verminderd worden, maar niet door een verplichting om alle bijvangsten aan wal te brengen (geen aanlandingsplicht).
• Het natuurbeschermingsbeleid moet voldoende ruimte blijven bieden voor visserij op Noordzee en Waddenzee.
• De visserijsector moet reële tijd krijgen voor verduurzaming. Betrokkenheid van de sector is essentieel.
• Het Masterplan Duurzame Visserij voor ombouw van de kottervloot krijgt voluit steun.
• De schaduwzijden van kweekvis moeten meer voor het voetlicht gebracht worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten