dinsdag 31 juli 2012

Wetenschapper beweert dat visstand toeneemt door windmolenpark

Een wetenschapper van de Universiteit Gent heeft onlangs jonge kabeljauw ontdekt aan de voet van de windmolens op de Thorntonbank in de Noordzee. De ontdekking wijst erop dat de kabeljauwpopulatie, die onder zware druk staat, wellicht zeer gebaat zijn bij het bestaan van de windmolenparken.

Kraamkamerfunctie
De kabeljauw en steenbolk (een kleinere kabeljauw-achtige) werden al snel na de installatie van de windmolens waargenomen. Op de Thorntonbank werden na een jaar zelfs zo’n 30.000 steenbolken per windmolen gesignaleerd. Ook andere soorten als tongschar, zeebarbeel en pladijs worden sinds kort aangetroffen. De jonge kabeljauw, die nu ook is ontdekt, komt nauwelijks voor in dit deel van de Noordzee. Dit zou kunnen aanduiden dat de omgeving van de windmolens, waarin niet gevist mag worden, een kraamkamerfunctie vervult.

Nieuwe voedselbron

Sinds 2008 is er een honderdtal windmolens gebouwd in het Belgische deel van de Noordzee. Dit aantal zal in de komende jaren nog sterk toenemen. De effecten van de windmolens op het mariene ecosysteem worden nauwlettend in de gaten gehouden. In dit licht doet de Universiteit Gent onderzoek naar de soorten vis die voorkomen in de buurt van de funderingen van de windmolens.

De funderingen vormen namelijk een vestigingsplaats voor grote hoeveelheden ongewervelden als sponzen, kleine kreeftachtigen en mosselen. Deze zijn vervolgens beschikbaar als nieuwe voedselbron voor de vissen. Onderzoeker Jan Reubens van de universiteit gaat nu na of de windmolenparken daadwerkelijk vissen aantrekken en of hier een sterkere groei van vissen mogelijk is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten